|
Ik las over een stad in de hemel die door God daar omhoog is gebouwd, over muren bestaande uit Jaspis, over straten van ’t zuiverste goud. En daar is ook het water des levens als kristal in het midden gesteld. Zelfs de helft van haar zuivere schoonheid is nooit aan de mensen verteld. Refr. De helft is nog nooit verteld, de helft is nog nooit verteld. De helft van haar zuivere schoonheid is nooit aan de mensen verteld. Ik las over de woningen boven waar de Heiland een plaats heeft bereid en Hij allen die in Hem geloven, bij Hem rust geeft aan ’t eind, op God’ s tijd. Daar wordt nimmer de zonde gevonden en daar worden geen jaren geteld. Zelfs de helft van haar zuivere schoonheid is nooit aan de mensen verteld. Refr. Ik las over hun witte gewaden en dat kronen van goud zijn bereid, dat de Vader dan tot hen zal zeggen: kom maar binnen in mijn heerlijkheid. O, de heilige zijn zo gezegend, als zij daar, in die stad, zijn gesteld, maar de helft van haar zuivere schoonheid is nooit aan de mensen verteld. Refr. Ik las van de vergeving door Christus, die de Heer aan een zondaar belooft, over vred’ en gena voor een ieder die zijn zonden belijdt en gelooft. Ik las dat Hij bestuurt en beveiligt wie vertrouwen in Hem heeft gesteld. Maar de helft van zijn goedheid en liefde is nooit aan de mensen verteld. Refr. De helft is nog nooit verteld, de helft is nog nooit verteld; de helft van zijn goedheid en liefde is nooit aan de mensen verteld.
|