|
De gouden morgen voor al Gods kind’ ren breekt heel spoedig aan. Jezus komt en niets zal verhind’ ren dat zij tot Hem gaan. Refr. O, de verre glans van die gulden morgen die des nachts tot troost ons strekt, o, wij zien de glans van die gulden morgen, die de doden wekt. Hij nodigt uit tot het morgengloren, velen hoorden al, en spoedig laat ons de Bruigom horen het bazuingeschal. Refr. En op zijn woord gaan dan al de zijnen Jezus tegemoet, die hun de poorten bij zijn verschijnen wijd, wijd open doet. Refr. Die door de dood van ons zijn gescheiden, komen uit het graf, de tranen van allen, die hier lijden, wist de Heiland af. Refr.
|