|
Alleen in U, Verlosser mijn, kan heel mijn ziel in vrede zijn. Die vree gaat, wat er ook verdwijn’ , nimmer meer van mij heen. Vreugden der aarde, schijnbaar zo zoet, geven geen vrede aan mijn gemoed, U maakt alleen gelukkig voorgoed, U Jezus, U alleen. Allen door U schijnt er het licht, al is het duister nog zo dicht, dat onze koers naar boven richt over de golven heen. Alleen in U als ik opgejaagd door veel verzoekingen wordt belaagd, vind ik de rust waar mijn ziel om vraagt, Jezus, in U alleen. Alleen in U, bij somberheid, als zon- noch maanlicht mij geleidt,, kan ik vertrouwen, stil, verblijd, zingen al zingt er geen. Alleen in U, wat er ook geschiedt, is uitkomst die in alles voorziet. Andere hulp in nood is er niet, Jezus, in U alleen. Alleen door U, die aan mij dacht en voor mijn zonden werd geslacht, ben ik verzoend, tot God gebracht, ga ik ten hemel heen. Alleen in U, Heer, ben ik verblijd, tot op de plaats die U hebt bereid, ik U mag zien tot in eeuwigheid, U Jezus, U alleen.
|