|
Zijn wij als licht in de wereld, schijnt onze lamp slechts op Hem, die zondaars brengt tot de Vader in ’t hemels Jeruzalem? Wat is het doel in ons leven, geld aanzien, welvaart en macht? Nooit is door dergelijk streven iemand tot Jezus gebracht. Werelds begeren verduistert, zodat de lamp niet meer schijnt, maar wie opnieuw naar U luistert, merkt dat de nevel verdwijnt. Aan U, Heer Jezus, verbonden en op uw komen gericht, wordt bij ons olie gevonden, brandt door de Geest ook het licht. Och, dat ons spreken en werken licht dat van U komt, vertoont en het bewijs mag versterken dat liefde Gods in ons woont. Levende brieven en lichten, zout dat nog zout is en smaakt, en dus zijn werk kan verrichten, hebt U de uwen gemaakt. Eens gaan wij met U naar binnen in ’t witte linnen gekleed, dan kan de bruiloft beginnen, U maakte alles gereed. Daar zult Uzelf ons beschijnen, daar is geen duisternis meer. Daar kan de zon zelfs verdwijnen, U bent de lamp daar, de Heer.
|