|
Het uur van duisternis kwam nader, Gods Zoon, bedroefd tot in de dood, bad, neergebogen, tot zijn Vader in grote angst en zielenood: O Vader, dat uw wil geschied’, uw wil alleen, de mijne niet. En Judas wist waar Hij zou komen die alles, alles van hem wist. Hij had de bende meegenomen en kwam met boos verraad en list. Zij afgod, het verradersgeld, had hij zorgvuldig nageteld. Die alle macht heeft, liet zich binden, gewillig in de boeien slaan. Hij dacht met deernis aan zijn vrinden en liet hen veilig van zich gaan. Zij voerden Hem, gebonden, heen, de Zoon van God, geheel alleen. Heer Jezus, die in U geloofden, zijn van U weggevlucht, bevreesd; zij deden niet wat zij beloofden, niet een is aan uw zij geweest. U echter hebt aan ons gedacht en alles aan het kruis volbracht.
|