|
Geen werken kunnen ons rechtvaardig maken, wat goed is, maakt het kwaad niet ongedaan. Geen mens kan aan Gods heil’ ge standaard raken en minder dan volmaakt neemt God niet aan. Welk mens kan zeggen: Here ik ben rein? Hoe kan een mens die zondigt, heilig zijn? Er is een weg tot God, de weg ten leven, de weg van ’t oordeel dat heeft plaats gehad; die weg is Jezus, die zich heeft gegeven en kruis en oordeel voor ons over had. Het oordeel komt, maar gaat aan elk voorbij, voor wie Hij stierf; hij is voor eeuwig vrij. Geen zondig mens kan ’t oordeel Gods ontlopen, God stelde dood en oordeel als zijn straf. Maar Jezus kwam om zondaars vrij te kopen en wendt voor wie gelooft dat oordeel af. O liefde, die, onschuldig, heeft betaald en ons voor ’t oordeel Gods heeft weggehaald. Wat blijft nog over dan die Heer te prijzen, die heeft te eisen, maar die alles geeft? Komt, laat ons Jezus alle eer bewijzen, die stierf, maar bij de Vader eeuwig leeft, de Mens die God is in des Vaders troon, de Eeuw’ge, de Verlosser en Gods Zoon.
|