|
Geen mens is in staat om de dood te bevechten, die is onafwendbaar zo God tot ons heeft gezegd. De goede, de trouwe, de boze, de slechte, voor elk is de dood als het levenseind vastgelegd. Wat God heeft besloten blijft zeer zeker vast en hecht: wie zondigt die sterft naar de wet van Gods recht. Refr. O God is goed geweest, o God is goed geweest, o God is goed geweest; o God is goed geweest, goed geweest voor mij. Wie eens is gestorven hoeft niet meer te vrezen, voor hem is daarmee aan de rechtseis van God voldaan. Wie Jezus zijn Redder en Leidsman laat wezen, is met Jezus Christus in dood en graf ingegaan. De weg van verlossing en leven met Hem is dat, doordat Jezus Christus ons lief heeft gehad. Refr. Daarmee is de macht van de zonde verbroken, want wie is gestorven, die zondigt daarna niet meer. Wij zijn, daar de Heer aan het kruis is doorstoken, met Jezus gekruisigd, ons leven is nu de Heer. Daar “IK” is gestorven, houd u voor de zonde dood, leef voortaan voor God en maak Jezus maar groot. Refr.
|