Geloof en wedergeboorte. Gaat de wedergeboorte aan het geloof vooraf? Iemand schreef eens het volgende: Ik stel wel eens de vraag aan christenen: “Wat was er eerst, de wedergeboorte of het geloof?” Bijna allen die ik het heb gevraagd, vooral evangelische christenen, antwoordden: “geloof is er eerst”. Ten diepst denkt men dan, onbewust natuurlijk - maar toch(!) - dat God met het evangelie van Christus aansluit bij geloof dat er al in ons hart is. Dat is de gedachte van de ‘goddelijke vonk’ van de gnostiek (religieuze mystiek). Hij voegde er aan toe: “Van ons wordt opnieuw een doordenking van ons geloof gevraagd”. Daar heeft de schrijver gelijk in. Maar we moeten beginnen bij zijn hierboven geciteerde beoordeling van het denken achter het antwoord “geloof is er eerst”. Is het juist, dat evangelische christenen, die overtuigd zijn dat het geloof er eerst was “ten diepste denken, dat God met het evanglie aansluit bij geloof dat er al in ons hart is”? Er mag gevraagd worden, hoe hij weet, dat die evangelische christenen (onbewust) zo denken. Omdat hij in zijn conclusie het woord “onbewust” opnam, lijkt hij dat de onvermijdelijke consequentie te vinden van de gedachte dat er eerst geloof en daarna wedergeboorte is. Maar is dat de onvermijdelijke consequentie? Neen, dat is het niet. Geloof voordat iemand gelooft? Hoe moeten we “geloof” zien? Beseffen we, dat geloof (in algemene zin) slechts als antwoord op een mededeling, in welke vorm ook, kan bestaan? Geloof is geen zelfstandige zaak of eigenschap die onafhankelijk van enige mededeling of openbaring kan bestaan. Het klinkt misschien vreemd, maar geloof kan ook totaal verkeerd zijn. Eva heeft de slang geloofd. Maar ook dat pas nadat zij de woorden van de slang had aangehoord. Haar verkeerde geloof was het antwoord op hetgeen zij gehoord had, daar zij de spreker betrouwbaar achtte. Ook sloten zijn woorden aan op een begeerte, die zijn woorden gewekt hadden. Geloof door het horen van Gods Woord Zo kan er bij een mens geen geloof in het evangelie zijn voordat hij het heeft gehoord. Het is niet correct te veronderstellen, dat “geloof” als zelfstandige eigenschap in de mens aanwezig kan zijn, onafhankelijk van enige boodschap. Het is evenmin correct te veronderstellen, dat de gedachte “eerst geloof en dan wedergeboorte” noodzakelijk veronderstelt, dat er geloof aanwezig moet zijn wil het evangelie aansluiting vinden. Niet doordat er bij Eva reeds op satan gericht geloof aanwezig was vonden zijn woorden bij haar aansluiting. Neen, zijn woorden wekten begeerte op (die zij voordien niet kende) en spiegelden haar bevrediging van die begeerte voor, waardoor zij zijn woorden ging geloven. Als de woorden van het evangelie bij de zondaar aansluiting vinden, is dat niet doordat er reeds geloof aanwezig is. Het evangelie wekt verlangen naar vrede, reiniging en vergeving en belooft die (en nog meer) aan hen, die geloven, waardoor sommigen gaan geloven. Voor dat laatste was het niet nodig, dat er reeds geloof aanwezig was, integendeel, de woorden van God wekken juist geloof waar het niet was en ook niet kon zijn. Paulus heeft in Romeinen 10:17 geschreven: “ZO IS DAN HET GELOOF UIT HET GEHOOR EN HET GEHOOR DOOR HET WOORD GODS”. Als de vraag gesteld wordt, wat eerst was, moet het antwoord zijn: “Eerst het Woord Gods”. Daarop volgt “het geloof”. Zonder dat Woord is er geen sprake van geloof. In Romeinen 10 schreef de apostel ook: “EN HOE ZULLEN ZIJ IN HEM GELOVEN, WELKEN ZIJ NIET GEHOORD HEBBEN?” Inderdaad, dat kan niet. Er valt niets te geloven waar niets wordt gehoord. Wil een zondaar geloven, dan hoeft er niet voordien reeds geloof bij hem te zijn. De prediking van het Woord bewerkt geloof waar het voordien niet was. Ik heb geen enquête gehouden, maar ik vermoed, dat evangelische christenen zo denken. Geloof is geen verdienstelijke zaak Geloof is geen verdienstelijke zaak. De opvatting alsof geloof iets heel bijzonders en iets verdienstelijks zou zijn, is geheel verkeerd. Het hangt er helemaal van af, wat er geloofd wordt en wie geloofd wordt. Geloven in God, in het evangelie en in Jezus Christus is goed, maar geloven in leugens is uiteraard niet goed. Geloven op zichzelf heeft niets te maken met “goed of niet goed”. Wat geloofd wordt of wie geloofd wordt kan goed zijn, en wat of wie geloofd wordt kan ook niet goed zijn. Stelt u zich voor, dat een reddingsboot bij een gestrand schip langs komt om de bemanning te redden. Zij die geloven, dat de redders geen piraten maar redders zijn, stappen over en worden gered. Zij die wantrouwen en op het gestrande schip blijven, vergaan met het schip. Zijn de geredde bemanningsleden gered omdat zij dankzij geloof beter waren dan de anderen? Is hun redding een beloning op hun geloof? Helemaal niet. Er is niet besloten hen te redden omdat zij geloofden, maar omdat de redders niet wilden dat zij zouden omkomen. Hun geloof was geen goede zaak, die hen waardig maakte gered te worden, neen, hun geloof deed hen de redding aangrijpen. Een verdienste stak daar niet in. Zo is het geen verdienste als een zondaar het evangelie gelooft en Jezus Christus aanneemt. Hij wordt niet OM zijn geloof behouden, maar DOOR zijn geloof. En dat geloof kan er pas zijn, nadat hem het evangelie is bekend gemaakt. De zondaar die gaat geloven is een verloren mensenkind, die de in het evangelie aangeboden redding aangrijpt en daardoor opnieuw geboren wordt. Er zijn er ook, die zeggen, dat een zondaar een dode zondaar is. Dat zegt Gods Woord in Efeze 2 inderdaad. En aangezien een dode niets kan doen, niets kan horen, zich niet kan bekeren en niet kan geloven, zal God hem eerst leven moeten geven, nieuw leven, waarna hij kan geloven enzevoort. Ook die redenering deugt niet. Lazarus was gestorven en was reeds vier dagen in het graf. Maar op het woord van Jezus Christus kwam hij naar buiten. Hij hoorde kennelijk het woord van de Heer. In Johannes 5 heeft de Heer gezegd: “VOORWAAR, VOORWAAR, ZEG IK U: DE URE KOMT, EN IS NU, WANNEER DE DODEN ZULLEN HOREN DE STEM DES ZOONS GODS, EN DIE ZE GEHOORD HEBBEN, ZULLEN LEVEN. WANT GELIJK DE VADER HET LEVEN HEEFT IN ZICHZELVEN, ALZO HEEFT HIJ OOK DEN ZOON GEGEVEN, HET LEVEN TE HEBBEN IN ZICHZELVEN” (verzen 25 en 26). Die woorden hebben op “nu” betrekking, slaan dus op geestelijk dode zondaars, die zijn stem horen en hebben niet betrekking op de opstanding. In Johannes 5:28 en 29 sprak Hij over gestorvenen, die te zijner tijd zijn stem zullen horen en zullen opstaan: “VERWONDERT U DAAR NIET OVER, WANT DE URE KOMT, IN DEWELKE ALLEN, DIE IN DE GRAVEN ZIJN, ZIJN STEM ZULLEN HOREN; EN ZIJ ZULLEN UITGAAN, DIE HET GOEDE GEDAAN HEBBEN, TOT DE OPSTANDING DES LEVENS, EN DIE HET KWADE GEDAAN HEBBEN, TOT DE OPSTANDING DER VERDOEMENIS”. Zowel de geestelijk dode als de lichamelijk gestorvene kunnen dus de stem van de Zoon van God horen. Waar Gods Woord klinkt horen allen, levenden en doden. Maar niet allen geven gehoor. De ellende van de zondaar en het geweten zijn het aanknopingspunt voor het evangelie Men zegt wel “Er is geen aansluitpunt in onszelf, waar de Bijbelse boodschap zou kunnen landen”. Maar dat aansluitpunt is er wel. Ieder mens is een zondaar en heeft een geweten. Ieder mens zoekt geluk en vrede in een wereld waar zij niet te vinden zijn. Er is een leegte in het hart van de zondaar, er kan een schuldbesef zijn. Dat is niet bij allen gelijk. Maar we hebben een prachtig voorbeeld in de vrouw bij de put te Sichar. De Heer zei na een gesprek met haar “ga heen, roep uw man en kom hier” (Johannes 4:16). En dat sloeg in als een bom... Zo kan het evangelie inslaan als een bom, als men plotseling oog krijgt voor schuld en zonde en dan kan ook een hunkering ontstaan naar hetgeen het evangelie aanbiedt. Velen in de wereld zijn ongelukkig, vragen zich af waartoe zij leven, begrijpen niet waar het lijden vandaan komt en wat de zin daarvan is. Er zijn er die zich gevoelen als de verloren zoon, die honger had, terwijl hij de varkens hoorde smakken van hun voer. Als God daar komt met zijn evangelie, kan dat een verlangen wekken naar hetgeen in het evangelie wordt voorgesteld. Is dat geen aansluitpunt? Natuurlijk wel. Dat betekent niet, dat er in de mens dus iets goeds is. Het betekent het omgekeerde, dat er met de mens iets mis is, alles mis is, en dat hij dat kan zien als God in zijn duisternis het licht van het evangelie laat schijnen. Wedergeboorte is door het Woord Gods Er is bij sommigen de volgende overtuiging: “Het begin van ons heil, het initiatief, ligt bij God en niet bij ons. Dat is voor de natuurlijke mens haast onaanvaardbaar. Om die reden alleen al moet de Heer eerst ons hart veranderen, vernieuwen; we moeten eest wederom geboren worden. Eerst dan kunnen we gaan geloven in het volbrachte werk van Christus. Het feit dat we geloven in de Heer Jezus Christus bewijst, dat we van Hem een ander, een nieuw hart hebben gekregen”. Zij die zo denken, bedoelen niet verkeerde leringen te verkondigen. Maar hun opvatting is in strijd met de Heilige Schrift. Het initiatief ligt bij God, zeker; Hij zoekt en roept. Hij laat het evangelie horen aan hen, die daarom niet gevraagd hebben. Maar wedergeboorte is door het Woord Gods. Jakobus schreef: “NAAR ZIJN WIL HEEFT HIJ ONS GEBAARD DOOR HET WOORD DER WAARHEID” (Jakobus 1:18). En Petrus schreef: “ZO HEBT ELKANDER VURIGLIJK LIEF, UIT EEN REIN HART; GIJ, DIE WEDERGEBOREN ZIJT, NIET UIT VERGANKELIJK, MAAR UIT ONVERGANKELIJK ZAAD, DOOR HET LEVENDE EN EEUWIG BLIJVENDE WOORD VAN GOD” (1 Petrus 1:22 en 23). Johannes schreef in Johannes 1:12 en 13: “MAAR ZOVELEN HEM AANGENOMEN HEBBEN, DIEN HEEFT HIJ MACHT GEGEVEN KINDERERN GODS TE WORDEN, NAMELIJK DIE IN ZIJN NAAM GELOVEN; WELKE NIET UIT DEN BLOEDE, NOCH UIT DEN WIL DES VLESES, NOCH UIT DEN WIL DES MANS, DOCH UIT GOD GEBOREN ZIJN”. Wie uit God geboren is, is een kind van God. Maar dat kindschap wordt gegeven aan hen, die Christus hebben aangenomen. Het aannemen, dat is in Hem geloven, is de voorwaarde om een kind Gods te worden; dat is wedergeboren te worden. Wie wedergeboren is, heeft nieuw leven, leven uit God. Maar wanneer heeft een mens leven uit God? Johannes geeft het antwoord: “DIE DEN ZOON HEEFT, DIE HEEFT HET LEVEN; DIE DEN ZOON VAN GOD NIET HEEFT, HEEFT HET LEVEN NIET” (1 Johannes 5:12). Wie de Zoon niet heeft, heeft het leven niet, dat wil zeggen, wie nog niet in de Zoon geloofd heeft, heeft het leven niet. Dat is het getuigenis van de Heilige Schrift. Er is nooit iemand geweest, die wedergeboren was, maar nog niet in de Zoon van God geloofde. En er is alleen nieuw leven in iemand, die de Zoon heeft; dat is die in Hem gelooft. Wedergeboren voordat men in Christus gelooft? Onmogelijk. Het zou betekenen, dat die ongelovige wedergeboren persoon zich niet meer hoeft te bekeren en ook niet in Jezus Christus hoeft te geloven, omdat hij reeds een nieuw hart, nieuw leven, leven uit God heeft, dus een kind van God is. Wat is eigenlijk het nieuwe, het eeuwige leven? Dat is JEZUS CHRISTUS. Daarom schreef Paulus in de brief aan de Galaten: “IK LEEF, DOCH NIET MEER IK, MAAR CHRISTUS LEEFT IN MIJ”. (2:20) Daarom schreef hij in Kolossensen: “WANNEER NU CHRISTUS ZAL GEOPENBAARD ZIJN, DIE ONS LEVEN IS, DAN ZULT OOK GIJ MET HEM GEOPENBAARD WORDEN IN HEERLIJKHEID”. (3:4) Daarom schreef Johannes: “JEZUS CHRISTUS. DEZE IS DE WAARACHTIGE GOD EN HET EEUWIGE LEVEN”. (1Johannes 5:20) Het is opvallend, dat de Heer Jezus in Johannes 3, nadat Hij gezegd had dat een mens wederom geboren moet worden, de bekende woorden uit vers 14 tot 16 heeft gesproken: “EN GELIJK MOZES DE SLANG IN DE WOESTIJN VERHOOGD HEEFT, ALZO MOET DE ZOON DES MENSEN VERHOOGD WORDEN; OPDAT EEN IEGELIJK, DIE IN HEM GELOOFT, NIET VERDERVE, MAAR HET EEUWIGE LEVEN HEBBE. WANT ALZO LIEF HEEFT GOD DE WERELD GEHAD, DAT HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT EEN IEGELIJK DIE IN HEM GELOOFT, NIET VERDERVE, MAAR HET EEUWIG LEVEN HEBBE”. Waarom verbond de Heer in dat gesprek met Nicodemus wedergeboorte met geloof? Omdat een mens door geloof in Jezus Christus eeuwig leven ontvangt, dat is het nieuwe leven van de wedergeboorte. En dat wordt gewerkt door de prediking van Gods Woord, door de Geest met kracht in hart en geweten geplant. Wie nog niet door geloof in Jezus Christus “de Zoon heeft”, heeft het leven niet, heeft slechts het natuurlijke leven, waarmee hij geboren is en is noch veranderd, noch vernieuwd. Hoe wordt iemand wederom geboren? Door water en Geest heeft de Heer tegen Nicodemus gezegd, dat is door het Woord en de Geest die het Woord in hart en geweten laat werken. Wedergeboorte gaat aan dat werk niet vooraf, maar is het gevolg als iemand door dat werk Jezus Christus in geloof aanneemt, zoals Johannes 1 ons leert. Een wonder Gods, een wonder Gods van boven, dat God gesproken heeft, opdat Hij hun die horen en geloven, het eeuwig leven geeft. Door het geloof ben ik uit God geboren en Jezus woont in mij. In eeuwigheid zal ik Hem toebehoren, mijn leven, dat is Hij.
|