Home
Main Menu
Home
Waarom de Bijbel?
Bijbelse lessen
Misverstanden
Brood des Levens
Vragen beantwoord
Gedichten & liederen
English!
Zoeken op woord(en)
Contact
Verkrijgbare boeken
Brochures
Over de schrijver
Bijbelkringen
Artikel v/d maand
Inschrijven broodje






Hoe de Heer het wil als wij samenkomen
Written by J.Ph.Buddingh   

Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in het midden van hen (Mattheus 18:20). Maar wat is dat eigenlijk: vergaderen in Zijn naam? Lees hier hoe de Heer het wil als wij samenkomen. Klik op deze link voor een pdf

Sample Image
x
'Zang en Woord wordt hier gehoord en God hoort de gebeden waarmee wij voor hem treden'.
Wilt u onze samenkomsten bezoeken? Neem contact met ons op en we zullen u verder helpen. Er zijn samenkomsten door heel Nederland die u kunt bezoeken.  
Last Updated ( Monday, 30 April 2012 )
 
Website van Brood des Levens
Written by J.Ph.Buddingh   

Active Image

Is evolutie een feit of fictie? Klik op het plaatje een kijk naar de video.

'Beproef alle dingen; behoud het goede'

Terwijl zij zich uitgaven voor wijzen, zijn zij dwaas geworden. Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid.

  

  

Image  

De Bijbel is waar. Er is een God. Er is waarheid. Er is zin.

Er is liefde. Er is gerechtigheid. Er is hoop. Er is toekomst.

Je kunt natuurlijk zeggen: geen belangstelling, ik houd niet van nadenken. Ik leef en probeer te genieten. Al het andere houd ik voor gezien.

Dat lijkt een goed uitgangspunt voor een leven zonder zorgen. Maar als je door een ongeluk invalide wordt, aids hebt opgelopen of stokoud geworden bent, valt er niet veel te genieten en sta je wel voor een vacuüm.
Dan zal het niet meer zo makkelijk zijn om de levensvragen te negeren: waarom ben ik er eigenlijk, wie ben ik, heeft het leven enige zin en wat is mijn eindbestemming?

Ik liep op een zonnige dag tussen de graven rond de kerk van het voormalig eiland Wieringen. Zoals overal getuigden sommige grafstenen van voorbije geschiedenissen, zoals de dood van twee zusjes van drie en vier jaren oud. Hoe zouden die zijn omgekomen? Hoeveel zouden de ouders van die twee gehouden hebben en wat hebben ze allemaal geprobeerd om de kinderen te behouden? Achter zo’n steen ligt een hele geschiedenis.

Maar het meest werd ik getroffen toen ik de terp, waarop de kerk en het kerkhof liggen, afliep. Het bleek mij dat de treden van de trap naar beneden oude grafzerken waren. Achter die zerken ligt ook een hele geschiedenis. Maar och, wie kent die mensen van lang geleden nog? Zij die af en toe bij die graven kwamen kijken en de stenen schoon maakten, zijn immers ook al lang gestorven en begraven. De stenen hebben er wel gestaan en misschien had men er op gebeiteld “ter nagedachtenis...”
Maar voor de levenden hadden zelfs die woorden hun zin verloren. De gestorvenen waren immers geheel vergeten en hun graven hadden voor niemand nog enige betekenis. Waarom zou men die stenen niet als treden voor een trap gebruiken? Niemand zou zich daaraan storen.

 Ik ging de trap af, naar beneden
 en elke trede was een zerk,
 oud steenhouwerswerk,
 maar nu slechts een trede.
 Is dat dan het eind
 en is dat dan het doel,
 van een leven dat waard was te leven,
 dat de grafsteen verdwijnt,
 en hij zonder gevoel
 voor een tree van de trap wordt gegeven?

Inderdaad, is dat het doel van het mensenleven, van die ene, die in de hele geschiedenis van de mensheid maar één keer voorkwam, heeft geleefd, gewerkt, heeft liefgehad, heeft geleden en gehoopt en kinderen heeft grootgebracht?
Waartoe de vele opofferingen, waartoe die zorg voor de kinderen, als ook hun leven zonder zin of doel zal zijn? Moeten we dan het doelloze koste wat het kost in stand houden? Kan het waar zijn dat het hele ingewikkelde mechanisme dat leven heet en dat onlosmakelijk verweven is met het even ingewikkelde planten- en dierenrijk, zinloos in stand wordt gehouden en dat de natuur met zomer en winter, zaaiïng en oogst al duizenden jaren zinloos in stand wordt gehouden ten behoeve van volkomen zinloos menselijk leven?

Niemand wordt verplicht om na te denken. Wie bereid is op een lager niveau dan dat van de dieren zijn dagen door te brengen, hij denke niet.

Maar wie nadenkt en van de zinloosheid van het menselijk bestaan uitgaat, staat wel voor een overweldigende vraag naar het waarom, het waardoor.
Wie meent op die vragen het antwoord te geven door het woord “evolutie” uit te spreken, maakt zich er belachelijk gemakkelijk vanaf en geeft geen antwoord.

Wie denkt dat het bestaan van de mens zinloos is, zodat ook het voortbestaan van de mensen zinloos zou zijn en zorg, hulp en liefde dwaze neigingen blijken te zijn, staat, als hij nog denkt, aan de rand van een afgrond en heeft in plaats van hoop slechts wanhoop. Een mens kan zonder zorg, liefde en hoop niet leven en niet sterven.

De Sade, die zijn naam aan het begrip sadisme heeft gegeven, heeft toch niet kunnen ontkennen dat velen om hem heen zich niet gedragen hebben alsof het leven zinloos was, maar integendeel getoond hebben dat zij leven kostbaar achtten en daarom liefhadden, hulpbehoevenden verzorgden en kinderen met zorg omringden.
De gedachte dat deze planeet met alle leven erop een zinloos hemellichaam met zinloos leven is, strijdt met alle logica en plaatst de mens voor veel groter raadsels dan de gedachte dat het leven niet zinloos is en een doel heeft.
De gedachte dat een stoomlocomotief nooit tot enig nut gemaakt of gebruikt is en dat er geen ontwerper is geweest om die machine uit te denken, zodat gezegd moet worden dat hij zinloos is, stempelt de denker tot een nietdenker of een dwaas.

We hoeven ons gelukking niet aan een wanhoopsfilosofie over te geven, want er is wel degelijk zin. Er is waarheid en er is zin en daardoor is er hoop in plaats van wanhoop.

Er is waarheid, want er is een God. Hij is de standaard, omdat Hij de God van de waarheid is. Hij bedriegt ons en onze zintuigen niet. Hij heeft ons laten weten, hoe alle dingen geworden zijn:

In het begin schiep God de hemel en de aarde.

Met die uitspraak begint het eerste boek van de Bijbel, Genesis. En het is de waarheid. Het kan gecontroleerd worden door te kijken naar alles wat God gemaakt heeft. Een psalmdichter uit oude tijden heeft daarover in Psalm 19 het volgende gezegd:

 DE HEMELEN VERTELLEN GODS EER, EN HET UITSPANSPEL VERKONDIGT HET WERK ZIJNER HANDEN; DE DAG DOET SPRAKE TOESTROMEN AAN DE DAG, EN DE NACHT PREDIKT KENNIS AAN DE NACHT.

De dichter van Psalm 104 heeft er een mooi lied over gemaakt, waarin de volgende zin voorkomt:

 HOE TALRIJK ZIJN UW WERKEN, O HERE, GIJ HEBT ZE ALLE MET WIJSHEID GEMAAKT.

Een apostel, Paulus, heeft daarover in een brief geschreven:

 ...OMDAT WAT VAN GOD GEKEND KAN WORDEN, ONDER HEN OPENBAAR IS; WANT GOD HEEFT HET HUN GEOPENBAARD, -WANT VAN DE SCHEPPING DER WERELD AF WORDEN, WAT VAN HEM NIET GEZIEN KAN WORDEN, ZIJN EEUWIGE KRACHT EN GODDELIJKHEID, UIT ZIJN WERKEN GEKEND EN DOORZIEN,-....
 (De brief aan de Romeinen, 1:19 en 20)

Wat wij om ons heen zien, al het levende, planten en dieren en Gods grootste wonder, de mens, kunnen niet zonder plan en wijsheid geworden zijn.
En dat het mechanisme van het heelal zo functioneert en blijft functioneren dat leven op aarde mogelijk blijft; een wonder Gods is het.
En dat het leven zichzelf reproduceert, wat een wonder van God, dat zonder Hem niet te verklaren is.
Zeker, de hemelen verkondigen Gods eer en al het geschapene om ons heen getuigt van de grenzeloze wijsheid, zorg en liefde van de Maker, van God.

De Bijbel is waar, er is een God, die alles gemaakt heeft. De schepping getuigt van Hem en onze zintuigen nemen dat waar. En Hij roept ons ter verantwoording.
Maar de Bijbel zegt ook het één en ander over ons. Dat is mooi, omdat we gemakkelijk kunnen nagaan of dat de waarheid is.
Paulus beschreef de toestand van de mensen met deze woorden: “Wij wisten van geen beloften en waren zonder hoop en zonder God in de wereld”.
Hij heeft daarmee veel mensen in onze tijd raak getypeerd. Er is niets waarnaar zij kunnen uitzien, daardoor hebben zij geen hoop en zij leven zonder God, dus zonder iemand van wie ze iets goeds kunnen verwachten.

Als dat ook uw situatie is en u zich daarvan bewust bent en een uitweg zoekt, roep dan tot God, jawel, die God in wie u niet gelooft. Hij zal antwoorden.

In Romeinen 3:10-18 is over de mensheid de volgende samenvatting gegeven:

 ER IS GEEN RECHTVAARDIGE, OOK NIET ÉÉN; ER IS NIEMAND DIE VERSTANDIG IS; ER IS NIEMAND DIE GOD ZOEKT; ALLEN ZIJN ZIJ AFGEWEKEN; ALLEN SAMEN ZIJN ZIJ ONNUT GEWORDEN, ER IS NIEMAND DIE GOED DOET, ER IS ER ZELFS NIET ÉÉN, HUN KEEL IS EEN OPEN GRAF; MET HUN TONG PLEGEN ZIJ BEDROG, ADDERGIF IS ONDER HUN LIPPEN, HUN MOND IS VOL VERVLOEKING EN BITTERHEID, HUN VOETEN ZIJN SNEL OM BLOED TE VERGIETEN, VERNIELING EN ELLENDE IS OP HUN WEGEN; EN DE WEG VAN DE VREDE HEBBEN ZIJ NIET GEKEND, GEEN VREZE GODS STAAT HUN VOOR OGEN. 

De Bijbel zegt natuurlijk veel meer over de mensen, maar deze samenvatting laat zien dat er niets wordt verbloemd en dat onomwonden de waarheid gezegd wordt.

Onze ervaringen, de kranten en de nieuwsberichten bevestigen dat wij, ook wij, boosaardig zijn. Onze zintuigen nemen dat waar en zij bedriegen ons niet.

Er zijn veel mensen, die de Bijbel niet kennen en geen zin hebben er ooit aandacht aan te geven. Maar dat boek, dat de eeuwen en de grootst mogelijke vijandschap heeft getrotseerd, bevestigt op de eerste bladzijden reeds wat we tot nu toe overdacht hebben:

1. Er is een God die alles geschapen heeft.
2. De mensen zijn zondaars.
3. Gods boek is waarachtig.
4. De mensen en het leven zijn niet zinloos.
Die bladzijden bevestigen echter ook dat er liefde is. God is liefde en daarom wil Hij aan hopelozen en schuldigen liefde betonen. Het gevolg is:
5. Er is hoop.
Als u geen lust hebt om kennis te nemen van wat de Bijbel zegt en u deze brochure weglegt, is dat uw beslissing. Als u te zijner tijd uw leven voor God zult moeten verantwoorden, kunt u zich niet beklagen
dat u de goede weg niet geweten hebt.
Wie zich van de boodschap van God aan de mensen afwendt, zal de gevolgen van zijn keuze zelf moeten dragen.
Die boodschap van God aan de mensen, de Bijbel, is onweerlegbaar de waarheid. Reeds in de eerste hoofdstukken vinden we wat geen mens geven of schrijven kan; de voorzegging van wat duizenden jaren later zou gebeuren.
Dat kan God alleen weten en te kennen geven. Men kan daarover natuurlijk de schouders ophalen en zich onverschillig er van afkeren, maar die houding verandert niets aan het feit dat God er is en dat Hij gesproken en de mensen gewaarschuwd heeft.

Als u meer wilt weten over de hoop, die er door de liefde van God voor de mensen is, leest u dan het volgende over het begin van de Bijbel, dat veelal niet bekend is:
Het begin zegt dat God alle dingen geschapen heeft. Vervolgens lezen we dat de mensen aan God ongehoorzaam zijn geworden, meestal wordt dat de zondeval genoemd.
Maar dan staat er dat God de mensen riep en opzocht. Hij had gezegd dat zij zouden sterven als zij zondigden. Daarom hadden zij zich verborgen. Maar toen zij tevoorschijn kwamen en God met hen over die zonde sprak, volgde niet het oordeel.
Er werden er inderdaad twee gedood, maar dat waren twee onschuldige dieren, waarvan God de huid gebruikte om de naaktheid van de mens te bedekken. Bovendien heeft Hij gezegd dat er een mens geboren zou worden die de duivel zou verslaan.

Op de zonde volgde dus niet de dood van de schuldigen. In hun plaats werden twee onschuldigen gedood opdat de schuldige zondaars met de huid van de onschuldige bedekt zouden worden.
Ziet u ze lopen, Adam en Eva? Je zag ze niet meer want ze droegen de huid van een onschuldig dier.

Dat is in het begin van de Bijbel geschreven over de eerste twee mensen. Toen  reeds liet God zien wat Hij zou doen. Hij zou een Lam slachten voor de zonden van de mensen, opdat er bedekking voor schuldige zondaars zou zijn.
Dat Lam was Gods Zoon, die als zaad van de vrouw Mens is geworden, Jezus. Hij heeft zich in de plaats van zondaren in de dood en het oordeel gegeven opdat zij met de gerechtigheid (de huid) van die Onschuldige bedekt zouden worden.
Zo zou God de duivel verslaan en aan het recht voldoen, maar de zondaar sparen en daarmee zijn liefde bewijzen.

Er is dus liefde en er is gerechtigheid. We zien ze verenigd in de kruisiging en de dood van Jezus Christus.
Want daar spaarde God de zondaar en strafte Hij zijn onschuldige, enige Zoon, opdat de zonde geoordeeld zou zijn, maar de zondaar, die in Jezus Christus gelooft, behouden zou worden.

Maar als die geschiedenis van duizenden jaren geleden, duizenden jaren later vervuld is door Jezus Christus, blijkt de Bijbel wel de waarheid te zijn.
Dan is God inderdaad liefde en dan is er inderdaad gerechtigheid, niet bij de mensen, maar bij God. En dan is er ook hoop.
Want als God een middel heeft gegeven om van de schuld en de zonde verlost te worden en als Jezus Christus is opgestaan, dan is er een weg van bevrijding en is de dood niet meer oppermachtig.

 Er is hoop, ook al is er geen leven,
 Er is hoop voor een zondaar in nood,
 Want Gods Zoon heeft zijn leven gegeven
 In het oordeel aan ‘t kruis, in de dood.

 Er is hoop voor wie Hem wil geloven
 zich bekeert en zijn zonden belijdt.
 Gods gena gaat uw zonden te boven,
 Door het kruis is verzoening bereid.

 Er is hoop voor wie vast is gelopen
 En volkomen schaakmat is gezet.
 Kom tot Jezus, dan kunt u weer hopen,
 Grijp zijn hand, Hij verlost en Hij redt.

 Er is hoop, brengt de last van uw zonden
 Bij de Heiland, die stierf aan het kruis.
 Daar wordt vrede, vergeving gevonden
 En de weg naar het hemelse huis.

Jezus Christus is een nakomeling van David, de koning van Israël. Het evangelie van Mattheüs begint met deze woorden: “GESLACHTSREGISTER VAN JEZUS CHRISTUS, ZOON VAN DAVID, ZOON VAN ABRAHAM”.
Men heeft Hem echter de kroon in Israël niet gegeven. In plaats daarvan kreeg Hij een doornenkroon, een kruis en een graf.
Maar Hij is opgestaan uit het graf en zit nu aan Gods rechterhand.

Eénmaal komt Hij terug, zoals Zacharia lang geleden geprofeteerd heeft: “ZIJ ZULLEN HEM AANSCHOUWEN, DIE ZIJ DOORSTOKEN HEBBEN, EN OVER HEM EEN ROUWKLACHT AANHEFFEN ALS DE ROUWKLACHT OVER EEN ENIG KIND, JA, ZIJ ZULLEN OVER HEM BITTER LEED DRAGEN ALS HET LEED OM EEN EERSTGEBORENE. TE DIEN DAGE ZAL IN JERUZALEM DE ROUWKLACHT GROOT ZIJN, ZOALS DE ROUWKLACHT VAN HADADRIMMON IN HET DAL VAN MEGIDDO,..”. Het staat in Zacharia 12:10-11.

Dan zal gebeuren, wat dezelfde profeet in hoofdstuk 14:2-4 geprofeteerd heeft, waarvan we het voorspel nu reeds zien:

“DAN ZAL IK ALLE VOLKEN TEGEN JERUZALEM TEN STRIJDE VERGADEREN; DE STAD ZAL GENOMEN WORDEN, DE HUIZEN ZULLEN WORDEN GEPLUNDERD EN DE VROUWEN GESCHONDEN. DE HELFT VAN DE STAD ZAL WEGTREKKEN IN BALLINGSCHAP, MAAR DE REST VAN HET VOLK ZAL IN DE STAD NIET UITGEROEID WORDEN. DAN ZAL DE HERE UITTREKKEN OM TEGEN DIE VOLKEN TE STRIJDEN, ZOALS HIJ VROEGER STREED, TEN DAGE VAN DE KRIJG; ZIJN VOETEN ZULLEN TE DIEN DAGE STAAN OP DE OLIJFBERG, DIE VÓÓR JERUZALEM LIGT AAN DE OOSTZIJDE”.

Tenslotte zal Christus de kroon in Israël dragen en wordt vervuld wat in vers 9 staat: “En de Here zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en zijn naam de enige”.
De ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de problemen rond Israël zijn het voorspel en zij tonen aan dat de Bijbel waar is.

Maar wat betekenen bewijzen, als u niet van de liefde van God overtuigd bent?
Luister daarom naar de volgende geschiedenis uit Lukas 10:

 “EN ZIE, EEN WETGELEERDE STOND OP OM HEM TE VERZOEKEN EN ZEI: MEESTER, WAT MOET IK DOEN OM HET EEUWIGE LEVEN TE BEËRVEN?
 EN HIJ ZEI TEGEN HEM: WAT STAAT IN DE WET GESCHREVEN? HOE LEEST GIJ?
 HIJ ANTWOORDDE EN ZEI: GIJ ZULT DE HEER, UW GOD, LIEFHEBBEN MET HEEL UW HART EN MET HEEL UW ZIEL EN MET HEEL UW KRACHT EN MET HEEL UW VERSTAND, EN UW NAASTE ALS UZELF.
 EN HIJ ZEI TEGEN HEM: GIJ HEBT JUIST GEANTWOORD: DOE DAT EN GIJ ZULT LEVEN.
 MAAR HIJ WILDE ZICHZELF RECHTVAARDIGEN EN ZEI TOT JEZUS: EN WIE IS MIJN NAASTE?
 EN JEZUS ANTWOORDDE EN ZEI: EEN MENS DAALDE AF VAN JERUZALEM NAAR JERICHO EN VIEL IN HANDEN VAN ROVERS, DIE NADAT ZIJ HEM UITGEKLEED EN HEM SLAGEN GEGEVEN HADDEN, HEENGINGEN EN HEM HALF DOOD LIETEN LIGGEN. EN BIJ GEVAL DAALDE EEN PRIESTER DIE WEG AF, EN TOEN HIJ HEM ZAG GING HIJ AAN DE OVERKANT VOORBIJ. EN EVENZO GING OOK EEN LEVIET DIE BIJ DIE PLAATS KWAM EN HEM ZAG AAN DE OVERKANT VOORBIJ. MAAR EEN SAMARITAAN DIE OP REIS WAS, KWAM BIJ HEM EN TOEN HIJ HEM ZAG, WERD HIJ MET ONTFERMING BEWOGEN. EN HIJ GING NAAR HEM TOE EN VERBOND ZIJN WONDEN EN GOOT DAAR OLIE EN WIJN OP EN HIJ ZETTE HEM OP ZIJN EIGEN RIJDIER, BRACHT HEM NAAR EEN HERBERG EN VERZORGDE HEM. EN DE VOLGENDE DAG, TOEN HIJ VERTROK, HAALDE HIJ TWEE DENAREN TEVOORSCHIJN, GAF ZE AAN DE WAARD EN ZEI TOT HEM: DRAAG ZORG VOOR HEM, EN WAT GIJ MEER MOCHT TEN KOSTE LEGGEN, DAT ZAL IK U TERUGGEVEN ALS IK TERUGKOM.
 WIE VAN DEZE DRIE DUNKT U, DAT DE NAASTE GEWEEST IS VAN HEM DIE IN HANDEN VAN DE ROVERS WAS GEVALLEN? EN HIJ ZEI: HIJ DIE HEM BARMHARTIGHEID BEWEZEN HEEFT. EN JEZUS ZEI TOT HEM: GA HEEN EN DOE GIJ EVENZO.

Die geschiedenis is u misschien niet onbekend; zij wordt het verhaal van de barmhartige Samaritaan genoemd. Maar meestal wordt het verhaal niet begrepen. Het is de geschiedenis van u en mij en van de redding door de goedheid van God.

Jeruzalem is de stad op de bergen, waar de tempel, de woning van God in Israël, stond.
Jericho is de stad in de laagte, de stad van de vloek. Wie van Jeruzalem naar Jericho reist, gaat een weg naar beneden en trekt weg van Gods nabijheid naar de plaats van de vloek.
Dat is de beeldspraak, waarmee ons leven zonder God wordt geschetst; een weg naar de vloek en de ondergang.
De reiziger in het verhaal viel in handen van rovers, die hem alles afnamen en voor dood lieten liggen. Daarmee wordt bedoeld dat de duivel ons in zijn macht heeft gekregen en ons tot dode zondaars heeft gemaakt.

De Leviet en de priester hielpen de stumper niet. Stel je voor, hij kon wel dood zijn en dan zouden zij zich aan een lijk verontreiningen!

Daarmee wordt aangeduid, dat de wet en allerlei godsdienstige handelingen ons niet verlossen of helpen kunnen.
Iedere wet is een doe-het-zelf recept. Wat baat een dergelijk recept iemand die niets kan doen?
De man was niet geholpen met een wet die hem zei wat hij moest doen; hij had iemand nodig die niet van hem zou vragen iets te doen, maar die zelf alles zou doen om hem te helpen.

Zo zijn ook wij niet geholpen met een wet die ons zegt wat wij moeten doen. Wij zijn zondaars en volbrengen de wet niet. Ook Israël heeft aan de wet niet voldaan, maar met de wet in de hand Jezus Christus gekruisigd.

Toen kwam er een Samaritaan aan.
Samaritanen werden door de Joden veracht en geschuwd en waren in hun ogen nagenoeg even onrein en verwerpelijk als de heidenen.
Maar die verachte Samaritaan kende barmhartigheid en was bereid de arme stakker op zijn rijdier te zetten, zodat hijzelf lopen moest.
Dat is het beeld van de verachte Man uit Nazareth, Jezus Christus, de Zoon van God, die zich vernederd heeft en mens is geworden.
Hij was bereid de weg naar beneden, naar de vloek en het oordeel, de weg naar het kruis te gaan, opdat Hij arme stakkers, zondaars zoals u en ik, zou kunnen helpen en ze in veiligheid zou kunnen brengen.

Die verachte, de Samaritaan, die ze een doornenkroon en een kruis gegeven hebben, wil zich over ons ontfermen.
Hij zegt ons niet wat wij moeten doen, maar zegt ons wat Hij heeft gedaan: “Ik stierf voor u”. Hij beurt de zondaar op en heeft voor hem betaald met zijn bloed.

Op de vraag wat een mens moet doen om het eeuwige leven te ontvangen, is het antwoord: God liefhebben en die Naaste, Jezus Christus, die aan schuldige zondaars barmhartigheid bewijst. Wie in Hem gelooft heeft het eeuwige leven.

Op dit moment in uw leven, nu u dit leest, komt de Samaritaan bij u langs, de Man met de wonden van de spijkers in zijn handen en zijn voeten. Laat u door zijn liefde opnemen en redden.

Last Updated ( Tuesday, 26 October 2010 )